Quiz 2

Uitslag
Vraag 1/3
Een verhuurder wil één van haar woningen verkopen, maar de woning wordt nog verhuurd. De verhuurder:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
kan de huurovereenkomst opzeggen op grond van dringend eigen gebruik.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
kan de woning niet verkopen, zolang deze verhuurd wordt.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
kan de woning verkopen, maar de huurovereenkomst blijft in stand
Toelichting
Juist, koop breekt geen huur (artikel 7:226 BW).
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Een huurder die een kamer van zijn huurwoning als bordeel gebruikt wijzigt de woonbestemming. Juist of onjuist?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Juist
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Onjuist
Toelichting
Een bordeel in een huurwoning levert in beginsel een tekortkoming op wegens strijd met de woonbestemming. Ook als er maar een kamer voor wordt gebruikt voor de daadwerkelijke prostitutiewerkzaamheden.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Verhuurder Reinier wil een complex dat hij verhuurt renoveren. Er wonen twintig huurders in het complex. De renovatie heeft geen bouwkundige noodzaak: constructief is het complex in orde. Renoverende Reinier vraagt zich af of hij de voorgenomen plannen kan afdwingen.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Reinier kan als eigenaar renoveren wanneer hij maar wil, zolang zijn renovatieplannen maar redelijk zijn en schriftelijk zijn aangekondigd.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Reinier zal daartoe met iedere huurder tot een akkoord moeten komen. Hij heeft immers twintig individuele huurcontracten die hij ieder voor zich zal moeten respecteren
Toelichting
Reinier kan als eigenaar renoveren wanneer hij maar wil, zolang zijn renovatieplannen maar redelijk zijn en schriftelijk zijn aangekondigd. Artikel 7:220 lid 2 BW verplicht de huurder om gelegenheid te geven aan de verhuurder om renovaties uit te voeren. Het moet dan wel gaan om een redelijk voorstel, gelet op de belangen van de huurders en eventuele onderhuurders, en het belang van Reinier zelf. Dat voorstel moet schriftelijk gedaan worden. Wanneer is een voorstel redelijk? Als Reinier 70% van de huurders (14 in dit geval) laat instemmen met zijn renovatieplannen, bepaalt de wet dat het voorstel vermoed wordt redelijk te zijn. De huurders die niet instemmen, hebben dan nog de mogelijkheid het renovatievoorstel door de rechter op redelijkheid te laten toetsen. Weet Reinier die 70% niet te bemachtigen en wil hij de renovatie afdwingen, dan ligt het op zijn weg om de rechter te overtuigen van de redelijkheid van zijn renovatie voorstel (art. 7:220 lid 3 BW).
Kies een antwoord.