Quiz 9 december 2025

Uitslag
Vraag 1/3
Shanna huurt een woning voor €1.350,- per maand. Op 28 september 2024 doet haar verwarming het niet meer. Terwijl het buiten kouder wordt, daalt de temperatuur binnen tot maximaal 15 graden. Elke avond zit Shanna te rillen in haar woonkamer.

Ze meldt het probleem op dezelfde dag bij haar verhuurder, die probeert te repareren, maar de oorzaak kan steeds niet worden gevonden. De herfst- en wintermaanden gaan voorbij, maar de verwarming blijft steeds uitvallen. Pas op 14 maart 2025 wordt het probleem definitief opgelost.

Pas later beseft Shanna dat ze in deze situatie huurprijsvermindering had kunnen vragen. Op 12 juni 2025 dient ze een vordering in bij de kantonrechter voor huurprijsvermindering over de volledige periode waarin de verwarming niet werkte.

Kan Shanna huurprijsvermindering krijgen over deze hele periode?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Nee, de huurprijsvermindering kan maximaal zes maanden teruggaan vanaf het moment van het indienen van de vordering.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Nee, Shanna moet eerst naar de huurcommissie, die kan een huurverlaging uitspreken als er sprake is van een gebrek.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
Ja, Shanna kan een huurprijsvermindering vorderen vanaf 28 september 2024, de datum van haar eerste melding.
Toelichting
Het betreft hier een huurwoning in het hoge segment (voorheen: geliberaliseerde huur). In dit geval kan de huurder huurprijsvermindering over een langere periode vorderen als sprake is van een gebrek dat het woongenot aanzienlijk beperkt. De verjaringstermijn hiervoor bedraagt maximaal vijf jaar.

Voor huurwoningen in het lage en middensegment geldt volgens de wet (art. 7:257 BW) dat een huurder binnen zes maanden na melding van een gebrek een vordering bij de rechter moet indienen. Wordt deze termijn overschreden, dan kan huurprijsvermindering alleen worden gevraagd voor de zes maanden voorafgaand aan de vordering.

Voor Shanna zou dit betekenen dat zij in dat scenario (als zij een sociale huurwoning zou huren) slechts huurprijsvermindering kan vorderen over de zes maanden vóór 12 juni 2025, voor de periode dat het gebrek nog aanwezig was.

Voor huurwoningen in het hoge segment geldt deze beperking niet. Shanna kan daarom huurprijsvermindering vorderen over de volledige periode vanaf de eerste melding van het gebrek tot het moment van herstel.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
In de nacht van 26 juni 2025 heeft Ben op zolder te maken gehad met een ernstige lekkage door een hevige storm. Er stond een grote plas water op de vloer, het laminaat is bol gaan staan en een paar dozen met boeken en andere eigendommen zijn beschadigd. Na de melding heeft de verhuurder nog dezelfde dag de kozijnen van het zolderraam vervangen, waardoor de lekkage is verholpen.

Bens inboedelverzekering dekt de schade door de lekkage niet. Hij wil daarom dat de verhuurder de schade aan zijn spullen en vloer vergoedt. De verhuurder wijst de schadevergoeding af, omdat er geen gebreken waren gemeld over het kozijn en het recent onderhoud heeft gehad.

Moet de verhuurder deze schade vergoeden?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Ja, de verhuurder is aansprakelijk voor alle schade die ontstaat door een gebrek aan de woning.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Nee, de verhuurder hoeft alleen het gebrek te herstellen. Voor de gevolgschade is zij in dit geval niet aansprakelijk.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
Ja, omdat de schade is ontstaan door een externe factor (de storm) en de huurder hier geen verwijt treft; de verhuurder is daarom aansprakelijk voor de gevolgschade.
Toelichting
Artikel 7:208 BW regelt de aansprakelijkheid van de verhuurder voor schade. De verhuurder moet schade vergoeden die de huurder lijdt als gevolg van een gebrek, mits het gebrek aan de verhuurder kan worden toegerekend. Dit vereist verwijtbaarheid: het gebrek moet het gevolg zijn van nalatigheid bij onderhoud of te laat handelen.

De schadevergoedingsplicht geldt dus alleen als de schade is ontstaan door een gebrek dat na het ingaan van de huurovereenkomst is ontstaan en aan de verhuurder kan worden toegerekend, bijvoorbeeld wanneer de verhuurder onderhoudsverplichtingen niet nakomt of niet tijdig optreedt. In deze casus is daarvan geen sprake. Hoe vervelend dit voor de huurder ook is, de verhuurder hoeft de schade niet te vergoeden.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Hoe reken je het aantal keukenkastjes en afmetingen terug naar punten?

Er staat een keukenblok in een woning met een aanrechtblad van 3 meter en in totaal zes kasten. Alle kasten zijn 60 cm hoog; twee kasten zijn 40 cm breed, 2 kasten zijn 50 cm breed en 2 kasten zijn 60 cm breed. Er is geen extra kwaliteit anders dan de extra kastruimte.

Met hoeveel extra-kwaliteitspunten wordt deze kastruimte volgens het WWS gewaardeerd?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
2 x 0,75 = 1,5 punten: twee minimumkasten (50cm), twee kasten van 60cm die voldoen aan de eisen aan kasten in het WWS. De twee kasten van 40cm voldoen niet aan de eis dat een kast minimaal 60 cm breed moet zijn om mee te kunnen tellen en mogen dus niet meegerekend worden.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
3 x 0,75 = 2,25 punten, want er is 2 meter extra kastruimte. Daar past drie keer de vereiste 60cm in.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
4 x 0,75 = 3 punten, want er zijn totaal 6 kasten, waarvan 2 minimumkasten van 50 cm en dus in totaal 4 extra kasten die elk voor 0,75 punt meetellen.
Toelichting
Het goede antwoord is 2,25 punten.

Om aan het basisniveau voor de kwalificatie als keuken te voldoen, moeten twee inbouwkasten met een breedte van minimaal 50 cm (per stuk) aanwezig zijn. De totale minimumbreedte bedraagt dus 1 meter. Punten voor extra kastruimte worden daarna toegekend: per 60 cm kastruimte 0,75 punten. Er is daarbij géén minimum of maximum voor individuele kastbreedte: één kast van 120 cm levert 2 x 0,75 punten op; drie kasten van 40cm leveren ook 2 x 0,75 punten op.

In deze casus: er is 200 cm extra kastruimte. Punten voor extra kastruimte worden vergeven per 60cm. In 200cm past drie keer 60cm, dus drie keer 0,75 punten = 2,25 punten.
Kies een antwoord.