Quiz 7 juli 2026
Uitslag
Vraag 1/3
Milou en Joris zijn op 15 juli 2025 akkoord gegaan met een kale huurprijs van € 1.500,- per maand voor hun appartement. Wanneer zij via de website van de Huurcommissie het puntenaantal van de woning berekenen, komen zij uit op 175 punten. Op basis van dit puntenaantal zou de overeengekomen huurprijs te hoog zijn, omdat de woning een puntenaantal heeft die bij het middensegment hoort.
Hoeveel maanden hebben Milou en Joris de tijd om hun huurprijs te laten toetsen?
Hoeveel maanden hebben Milou en Joris de tijd om hun huurprijs te laten toetsen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Op verzoek van de huurder kan de aanvangshuurprijs van woonruimte door de Huurcommissie worden verlaagd. Bij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan de aanvangshuurprijs tot maximaal zes maanden na de ingangsdatum worden getoetst (art. 7:249 lid 1 BW). Na het verstrijken van deze termijn geldt in beginsel de huurprijs die partijen zijn overeengekomen.
Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur geldt er echter een belangrijke uitzondering. Verhuurders zijn sindsdien wettelijk verplicht zich te houden aan de maximale huurprijs op basis van het Woningwaarderingsstelsel (WWS). Hierdoor kunnen alle huurders (met een overeenkomst na 1 juli 2024) op grond van art. 7:254 BW ook ná afloop van de termijn van zes maanden een voorstel tot huurverlaging doen, mits hun huurwoning een puntenaantal onder de 187 punten heeft.
Dit betekent dat wanneer een verhuurder voor een woning met een puntenaantal binnen het lage- of middensegment een hogere huurprijs vraagt dan volgens het WWS is toegestaan, deze huurders alsnog een huurverlaging kunnen realiseren. In dat geval kunnen huurders een voorstel tot huurverlaging aan de verhuurder doen. Wanneer de verhuurder dit voorstel weigert, kunnen zij de Huurcommissie verzoeken om de redelijkheid van de huurprijs te beoordelen.
Let wel: een eventuele aanpassing van de huurprijs door de Huurcommissie heeft geen terugwerkende kracht en geldt uitsluitend voor toekomstige huurtermijnen.
Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur geldt er echter een belangrijke uitzondering. Verhuurders zijn sindsdien wettelijk verplicht zich te houden aan de maximale huurprijs op basis van het Woningwaarderingsstelsel (WWS). Hierdoor kunnen alle huurders (met een overeenkomst na 1 juli 2024) op grond van art. 7:254 BW ook ná afloop van de termijn van zes maanden een voorstel tot huurverlaging doen, mits hun huurwoning een puntenaantal onder de 187 punten heeft.
Dit betekent dat wanneer een verhuurder voor een woning met een puntenaantal binnen het lage- of middensegment een hogere huurprijs vraagt dan volgens het WWS is toegestaan, deze huurders alsnog een huurverlaging kunnen realiseren. In dat geval kunnen huurders een voorstel tot huurverlaging aan de verhuurder doen. Wanneer de verhuurder dit voorstel weigert, kunnen zij de Huurcommissie verzoeken om de redelijkheid van de huurprijs te beoordelen.
Let wel: een eventuele aanpassing van de huurprijs door de Huurcommissie heeft geen terugwerkende kracht en geldt uitsluitend voor toekomstige huurtermijnen.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Michiel ervaart inmiddels vijf maanden ernstige overlast van zijn bovenburen. De twee studenten die boven hem wonen veroorzaken regelmatig tot diep in de nacht geluidsoverlast door feestjes en harde muziek. Michiel heeft deze situatie gemeld bij zijn verhuurder en stelt dat sprake is van een gebrek aan het gehuurde. Op die grond verzoekt hij om huurvermindering.
Heeft Michiel gelijk?
Heeft Michiel gelijk?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Op grond van artikel 7:204 lid 3 BW, de wetsgeschiedenis en vaste rechtspraak geldt dat overlast door andere huurders of derden op zichzelf géén gebrek vormt. De verhuurder is niet verantwoordelijk voor het gedrag van buren.
Wat wél een gebrek kan opleveren, is wanneer de verhuurder niet of onvoldoende optreedt tegen ernstige of structurele overlast nadat deze bij hem is gemeld. In dat geval kan het nalaten van de verhuurder worden aangemerkt als een gebrek, wat vervolgens wél kan leiden tot huurvermindering.
Wat wél een gebrek kan opleveren, is wanneer de verhuurder niet of onvoldoende optreedt tegen ernstige of structurele overlast nadat deze bij hem is gemeld. In dat geval kan het nalaten van de verhuurder worden aangemerkt als een gebrek, wat vervolgens wél kan leiden tot huurvermindering.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Melissa heeft zonder medeweten van de verhuurder een slaapkamer onderverhuurd aan Kiana. Zij mag daarbij ook gebruik maken van de woonkamer en badkamer. Melissa woont voor de helft van de week ook nog in de woning en de andere helft bij haar partner.
Op een gegeven moment besluit Melissa haar huurovereenkomst te zeggen om volledig bij haar partner in te trekken. Als Melissa de woning heeft verlaten en de laatste spullen uit de woning heeft verwijderd, treft de verhuurder Kiana in de woning aan.
Zij beroept zich op huurbescherming. Daarbij laat zij een overeenkomst en betalingen zien waaruit blijkt dat zij de woning voor een bedrag van € 600,- per maand huurt.
Wat is juist?
Op een gegeven moment besluit Melissa haar huurovereenkomst te zeggen om volledig bij haar partner in te trekken. Als Melissa de woning heeft verlaten en de laatste spullen uit de woning heeft verwijderd, treft de verhuurder Kiana in de woning aan.
Zij beroept zich op huurbescherming. Daarbij laat zij een overeenkomst en betalingen zien waaruit blijkt dat zij de woning voor een bedrag van € 600,- per maand huurt.
Wat is juist?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Een onderhuurder heeft alleen huurbescherming als de onderhuurovereenkomst betrekking heeft op zelfstandige woonruimte (als omschreven in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek).
In deze casus is Kiana een onderhuurder van onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur met gedeelde voorziening), waardoor zij na het beëindigen van de hoofdhuurovereenkomst zonder recht of titel in de woning is blijven wonen.
In deze casus is Kiana een onderhuurder van onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur met gedeelde voorziening), waardoor zij na het beëindigen van de hoofdhuurovereenkomst zonder recht of titel in de woning is blijven wonen.
Kies een antwoord.