Beantwoord de korte quiz over huurrecht en krijg inzicht in uw kennis.
Uitslag
Vraag 1/3
Jan huurt van Giovanni een appartement. John wijst Jan erop dat hij een zogenaamde allin-prijs betaalt: Jan krijgt gas, water en licht naast het gebruik van de woonruimte voor € 600,- per maand zonder dat er enig onderscheid in de kostenposten zit. Jan stuurt aan Giovanni een voorstel tot splitsing. Wat is de laagste huurprijs die Jan kan afdwingen als Giovanni niet met zijn voorstel akkoord zou gaan?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
25% (dus € 150,-).
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
45% (dus € 270,-).
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
55% (dus € 330,-).
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
d
75% (dus € 450,-).
Toelichting
55% (dus € 330,-). Volgens artikel 7:258 BW is een allin-prijs niet toegestaan; de huurder kan de verhuurder dan een verzoek tot splitsing sturen, in welk verzoek onder meer moet worden opgenomen de voorgestelde (kale) huurprijs en het voorschot aan servicekosten. De voorgestelde splitsing moet worden voorgesteld met een tussenpoos van twee volle maanden. Als Giovanni niet akkoord gaat, kan Jan binnen zes weken na de voorgestelde ingangsdatum van de splitsing naar de Huurcommissie stappen. De Huurcommissie zal dan de (kale) huurprijs vaststellen op 55% van het overeengekomen bedrag en het voorschot voor de servicekosten op 25% van het overeengekomen bedrag (art. 17 lid 1 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte).
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Een voorgenomen wijziging in het door de verhuurder gevoerde beleid ten aanzien van de vaststelling van servicekosten moet worden ingestemd door de bewonerscommissie.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Goed.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Fout.
Toelichting
Fout. De wet kent het instemmingsrecht alleen toe aan de huurdersorganisatie, niet aan de bewonerscommissie. De huurdersorganisatie is een stichting of een vereniging, die de belangen van alle huurders behartigt tegenover de verhuurder, bij welke organisatie alle huurders zich mogen aansluiten en waarvan het bestuur door de huurders gekozen wordt (art. 1 lid 1 sub f Wohv). De bewonerscommissie behartigt de belangen van de bewoners van het betreffende complex en heeft geen eigen bestuur (art. 1 lid 1 sub g Wohv).
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Onder de opzeggingsgrond “dringend eigen gebruik” kan ook sloop van de woning worden verstaan.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Natuurlijk niet. Dan is geen sprake van “eigen gebruik”.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Dat kan, mits de huurder (tenzij het gaat om jongeren, studenten of promovendi) andere passende woonruimte kan verkrijgen.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
Neen. Sloop volgt uit een gemeentelijk bestemmingsplan; opzegging kan wel, maar niet op grond van “dringend eigen gebruik’.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
d
Ja, mits zowel de betrokken bewonerscommissie als de betrokken huurdersorganisatie hun instemming hebben gegeven (ter waarborging van de belangen van de huurders).
Toelichting
Dat kan, mits de huurder (tenzij het gaat om jongeren, studenten of promovendi) andere passende woonruimte kan verkrijgen. Art. 7:274 lid 1 sub c BW bevat de opzegginsgrond “dringend eigen gebruik”. Sloop kan daar onder vallen (net als renovatie die zonder beëindiging niet mogelijk is; zie art. 7:274 lid 3 BW). Als de verhuurder het gehuurde nodig heeft om af te breken, kan worden gesproken van dringend eigen gebruik (HR 6 maart 1992, NJ 1993/583 en HR 3 mei 1996, NJ 1996/655). Van een dergelijk eigen gebruik kan sprake zijn als aan het in stand houden van de woning zodanige kosten zijn verbonden dat dat, mede in aanmerking genomen de waarde van het gehuurde en de te verwachten huuropbrengsten, niet van de verhuurder kan worden gevergd. Ook kunnen stedenbouwkundige aspecten en sociale verbeteringen een rol spelen bij de beoordeling.
Kies een antwoord.