Beantwoord de korte quiz over huurrecht en krijg inzicht in uw kennis.
Uitslag
Vraag 1/3
De politie doet een inval in een gehuurde bedrijfsruimte. Deze inval geschiedt op rechtmatige gronden in verband met een strafrechtelijke verdenking. Het nodige geweld wordt toegepast: de deur wordt eruit ‘gebonkt’; er is schade aan het deurkozijn en er wordt een raam ontzet. De herstelkosten lopen op tot duizenden euro’s. Echter, in het gehuurde wordt niets onoorbaars aangetroffen. Wie draagt vergoedt die schade, aangenomen dat er geen dekkende verzekering is?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Niemand; verhuurder draagt die schade zelf.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
De huurder.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
De Staat.
Toelichting
In zijn arrest van 27 oktober 2017 heeft de Hoge Raad het volgende bepaald (ECLI:NL:HR:2017:2789, r.o. 3.4.4): “Uitgangspunt is dat schade die bij rechtmatig strafvorderlijk optreden is veroorzaakt aan zaken van een ander dan de verdachte, niet tot het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico van die ander hoort, zodat de overheid in beginsel gehouden is die schade te vergoeden.” Kortom, indien de verhuurder er niets aan kon doen en geen weet had van eventuele strafrechtelijke activiteiten in het gehuurde, kan hij zich wenden tot de Staat voor vergoeding van zijn schade. Omdat in dit geval blijkt dat de verdenking (achteraf) ongegrond bleek, kan de huurder geen tekortschieten worden verweten. Zou de huurder wel strafbare activiteiten hebben ontplooid, dan had de verhuurder zich ook tot hem kunnen wenden (maar de Staat biedt hoe dan ook meer verhaal).
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Een huurovereenkomst wordt door de rechter ontbonden wegens een betalingsachterstand. De huurder vindt woonruimte bij een andere verhuurder. Ook daar volgt een ontbinding vanwege de betalingsachterstand. De huurder lost de schuld aan zijn eerste verhuurder niet in. Hij reageert nu wel weer op woningen van de eerste verhuurder, zijnde een woningcorporatie. Kan die woningcorporatie worden gedwongen om deze persoon een huurovereenkomst aan te bieden?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Ja, bij de taak van woningcorporaties hoort nu eenmaal het huisvesten van mensen met een kleine portemonnee.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Nee, een woningcorporatie mag in dit geval weigeren een overeenkomst aan te bieden.
Toelichting
Voorop staat, ook voor woningcorporaties, contractsvrijheid. Wel hebben woningcorporaties een bijzondere verantwoordelijkheid voor het huisvesten van mensen met beperkte financiële middelen (art. 46 Woningwet). Onder omstandigheden kan het weigeren van een huurovereenkomst of zelf het blokkeren van een woningzoekende onrechtmatig zijn, wat eerder het geval is bij een woningcorporatie dan een reguliere verhuurder. Indien er echter nog een oude huurschuld openstaat en bij een andere verhuurder ook sprake was van ontbinding door het niet-nakomen van de betalingsplicht, is het niet onrechtmatig als die corporatie de woningzoekende weert (zie Hof Arnhem-Leeuwarden 4 december 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10510).
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Pjotr is de inwonende zoon van Anouschka. Anouschka huurt een woning van Oostland Wonen. Anouschka komt te overlijden en Pjotr stelt binnen de termijn van zes maanden een procedure in, waarin hij vordert dat de rechter bepaalt dat Pjotr de huur voortzet. De kantonrechter wijst de vordering af en wijst de tegeneis van Oostland Wonen tot ontruiming toe. Pjotr laat het er niet bij zitten en stelt beroep in bij het Hof. Kan Oostland Wonen de ontruiming van Pjotr hangende het hoger beroep uitvoeren?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Ja.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Nee.
Toelichting
De wet bepaalt dat degene die zijn hoofdverblijf heeft in het gehuurde de huur voortzet in elk geval voor zolang als de procedure bij de rechter loopt en wel totdat de rechter ‘onherroepelijk’ heeft beslist (art. 7:269 lid 2, slotzin, BW). Onherroepelijk betekent dat een eventueel beroep moet worden afgewacht. In dit geval heeft Pjotr hoger beroep ingesteld, dus het vonnis kan niet uitgevoerd worden. Dat zou slechts anders kunnen zijn, indien het vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ is verklaard, maar daarvan is slechts in bijzondere situaties sprake, nu de wet als gezegd uitgaat van onherroepelijkheid als vereiste.
Kies een antwoord.