Quiz 5 februari 2026
Uitslag
Vraag 1/3
Welke van de onderstaande werkzaamheden wordt niet gezien als een ‘kleine herstelling’ en valt dus onder de herstelverantwoordelijkheid van de verhuurder?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Het onderhouden of vervangen van kitranden in de badkamer wordt niet genoemd in het Besluit kleine herstellingen (Stb. 2003, 168).
Hoewel de lijst niet limitatief is - een niet genoemde handeling kan dus tóch als kleine herstelling kwalificeren - ligt het niet voor de hand om kitwerk onder de verantwoordelijkheid van de huurder te brengen.
Het aanbrengen van kit is een precies werkje waarbij fouten snel tot lekkage kunnen leiden. Dat is van een andere orde dan bijvoorbeeld het smeren van een piepende deur.
Hoewel de lijst niet limitatief is - een niet genoemde handeling kan dus tóch als kleine herstelling kwalificeren - ligt het niet voor de hand om kitwerk onder de verantwoordelijkheid van de huurder te brengen.
Het aanbrengen van kit is een precies werkje waarbij fouten snel tot lekkage kunnen leiden. Dat is van een andere orde dan bijvoorbeeld het smeren van een piepende deur.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Mag een verhuurder de huurprijs van een sociale huurwoning verhogen als de woning ernstige gebreken heeft die nog niet zijn verholpen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
De wet bepaalt in artikel 7:250 lid 2 BW: “Een verhoging van de huurprijs krachtens lid 1 is niet mogelijk, zolang er tussen huurder en verhuurder geen overeenstemming is dat de, bij toepassing van de artikelen 12 en 16 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, geconstateerde gebreken ten aanzien van de woonruimte zijn opgeheven.”
De verwijzing naar de artikelen 12 en 16 Uhw ziet op de situatie die in antwoord B wordt beschreven: de Huurcommissie heeft eerder een tijdelijke huurverlaging opgelegd vanwege ernstige gebreken en deze gebreken zijn nog niet hersteld, of er loopt nog een procedure bij de Huurcommissie over deze gebreken.
In die gevallen wordt de huurverhoging tegengehouden totdat de Huurcommissie heeft vastgesteld dat de gebreken daadwerkelijk zijn opgelost. Dit biedt bescherming aan huurders: zij hoeven niet méér te betalen zolang niet vaststaat dat de woning aan de vereisten voldoet. Zodra het gebrek is verholpen, mag de huurverhoging alsnog ingaan.
Wanneer een huurder er echter voor kiest om niet naar de Huurcommissie te gaan, maar direct een procedure bij de kantonrechter start, geldt deze bescherming niet. Een gerechtelijke procedure wordt namelijk niet genoemd in artikel 7:250 lid 2 BW. Daardoor mag de verhuurder tijdens een lopende rechtszaak wél een huurverhoging doorvoeren.
Als de rechter de huurder gelijk geeft en huurvermindering toewijst, kan hij de huurprijs met terugwerkende kracht verlagen, zowel de oude huurprijs als de nieuwe, verhoogde huurprijs. Bij sociale huur kan dit tot maximaal zes maanden vóór de dagvaarding.
De verwijzing naar de artikelen 12 en 16 Uhw ziet op de situatie die in antwoord B wordt beschreven: de Huurcommissie heeft eerder een tijdelijke huurverlaging opgelegd vanwege ernstige gebreken en deze gebreken zijn nog niet hersteld, of er loopt nog een procedure bij de Huurcommissie over deze gebreken.
In die gevallen wordt de huurverhoging tegengehouden totdat de Huurcommissie heeft vastgesteld dat de gebreken daadwerkelijk zijn opgelost. Dit biedt bescherming aan huurders: zij hoeven niet méér te betalen zolang niet vaststaat dat de woning aan de vereisten voldoet. Zodra het gebrek is verholpen, mag de huurverhoging alsnog ingaan.
Wanneer een huurder er echter voor kiest om niet naar de Huurcommissie te gaan, maar direct een procedure bij de kantonrechter start, geldt deze bescherming niet. Een gerechtelijke procedure wordt namelijk niet genoemd in artikel 7:250 lid 2 BW. Daardoor mag de verhuurder tijdens een lopende rechtszaak wél een huurverhoging doorvoeren.
Als de rechter de huurder gelijk geeft en huurvermindering toewijst, kan hij de huurprijs met terugwerkende kracht verlagen, zowel de oude huurprijs als de nieuwe, verhoogde huurprijs. Bij sociale huur kan dit tot maximaal zes maanden vóór de dagvaarding.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Lucy wil een vaste trap naar de zolderverdieping laten maken in haar huurwoning. Op 21 april 2025 heeft zij toestemming hiervoor gevraagd bij de technisch manager van BeterStadsleven. Binnen welke termijn dient zij uiterlijk een reactie te ontvangen van haar verhuurder?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Een huurder mag op grond van de artikelen 7:213 en 7:215 BW de inrichting of gedaante van het gehuurde niet geheel of gedeeltelijk wijzigen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder. Uitzondering geldt uitsluitend voor veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden verwijderd en ongedaan gemaakt.
Volgens artikel 7:215 lid 2 moet de verhuurder, wanneer het een woning betreft, een door de huurder verzochte verandering binnen acht weken toestaan, mits deze de verhuurbaarheid van de woning niet schaadt en niet leidt tot waardedaling.
Indien de verhuurder toestemming weigert, kan de huurder de rechter om een machtiging verzoeken (lid 3). De rechter verleent zo’n machtiging alleen wanneer:
• de voorgenomen veranderingen de verhuurbaarheid of waarde van het gehuurde niet aantasten (zoals bedoeld in lid 2);
• de veranderingen noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van het gehuurde door de huurder (lid 4); of
• de veranderingen het woongenot verhogen en er aan de zijde van de verhuurder geen zwaarwichtige bezwaren bestaan (lid 4).
De rechter kan aan een machtiging voorwaarden verbinden of een last opleggen. Daarnaast kan hij, op vordering van de verhuurder, de huurprijs verhogen indien de aangebrachte veranderingen daartoe aanleiding geven (lid 5).
Volgens artikel 7:215 lid 2 moet de verhuurder, wanneer het een woning betreft, een door de huurder verzochte verandering binnen acht weken toestaan, mits deze de verhuurbaarheid van de woning niet schaadt en niet leidt tot waardedaling.
Indien de verhuurder toestemming weigert, kan de huurder de rechter om een machtiging verzoeken (lid 3). De rechter verleent zo’n machtiging alleen wanneer:
• de voorgenomen veranderingen de verhuurbaarheid of waarde van het gehuurde niet aantasten (zoals bedoeld in lid 2);
• de veranderingen noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van het gehuurde door de huurder (lid 4); of
• de veranderingen het woongenot verhogen en er aan de zijde van de verhuurder geen zwaarwichtige bezwaren bestaan (lid 4).
De rechter kan aan een machtiging voorwaarden verbinden of een last opleggen. Daarnaast kan hij, op vordering van de verhuurder, de huurprijs verhogen indien de aangebrachte veranderingen daartoe aanleiding geven (lid 5).
Kies een antwoord.