Quiz 4 september 2025

Uitslag
Vraag 1/3
Bij renovatie van woningen geldt een 70%-regeling die de verhuurder kan toepassen als sprake is van een “bouwkundige eenheid”. Hoeveel woningen of bedrijfsruimten moeten minimaal zo een bouwkundige eenheid vormen, wil de 70%-regeling van toepassing zijn?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
5 woningen of bedrijfsruimten.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
10 woningen of bedrijfsruimten.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
25 woningen of bedrijfsruimten.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
d
50 woningen of bedrijfsruimten.
Toelichting
Artikel 7:220 lid 3 BW bepaalt: “Indien de renovatie tien of meer woningen of bedrijfsruimten die een bouwkundige eenheid vormen, betreft wordt het in lid 2 bedoelde voorstel vermoed redelijk te zijn, wanneer 70% of meer van de huurders daarmee heeft ingestemd.

De huurder die niet met het voorstel heeft ingestemd, kan binnen acht weken na de schriftelijke kennisgeving van de verhuurder aan hem dat 70% of meer van de huurders met het voorstel heeft ingestemd een beslissing van de rechter vorderen omtrent de redelijkheid van het voorstel.” Kortom, antwoord B is juist.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Een jongerencontract kan door de verhuurder pas worden opgezegd na het verstrijken van:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
Twee jaar.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
Drie jaar.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
Vier jaar.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
d
Vijf jaar.
Toelichting
Artikel 7:274c lid 4, eerste volzin, BW bepaalt: “Sedert de ingangsdatum van de huurovereenkomst moeten vijf jaren zijn verstreken.”

Partijen kunnen (voor het verstrijken van die vijfjaarstermijn) één keer met maximaal twee jaar verlengen.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Een woningcorporatie sluit een huurovereenkomst met Bas voor een woning. Deze woning is onder andere toegewezen op grond van het doorgegeven inkomen van Bas. Hiertoe had Bas verschillende documenten overgelegd, waaronder een loonstrook.

Na intern onderzoek zijn diverse onregelmatigheden ontdekt en is geconstateerd dat de loonstrook vervalst is. Kortom: Bas heeft voor het sluiten van de huurovereenkomst onjuiste informatie verstrekt aan de verhuurder. Het is duidelijk dat Bas nooit in aanmerking zou zijn gekomen voor de sociale huurwoning, omdat hij – zoals nu blijkt – daarvoor te veel verdient.

Wat kan de verhuurder doen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
a
De verhuurder kan de huurovereenkomst vernietigen wegens bedrog of dwaling. Daarvoor hoeft de verhuurder niet naar de rechter.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
b
De verhuurder kan zich beroepen op bedrog of dwaling, maar moet voor vernietiging naar de rechter.
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
c
De verhuurder kan niets doen. De verhuurder had beter onderzoek moeten doen naar de ingediende stukken.
Toelichting
De verhuurder kan de huurovereenkomst op grond van 3:44 BW (bedrog) en/of 6:228 BW (dwaling) vernietigen. Hiervoor hoeft de verhuurder niet naar de rechter (art. 3:49 BW).

Voor een buitengerechtelijke vernietiging volstaat een verklaring, bijvoorbeeld een brief. Indien na ontvangst van de brief de (ex-)huurder weigert om de woning vrijwillig te ontruimen en weer ter beschikking te stellen aan de verhuurder zal de verhuurder niet ontkomen aan een gerechtelijke procedure. Omdat de huurovereenkomst vernietigd is (niet meer bestaat), volstaat het ontruiming te vorderen wegens gebruik zonder recht of titel.

Uit de rechtspraak blijkt duidelijk dat rechters onverbiddelijk zijn indien de huurder onjuiste informatie heeft verschaft bij het aangaan van de huurovereenkomst; het oordeel luidt dan dat de verhuurder de huurovereenkomst op juiste gronden buitengerechtelijk heeft vernietigd.

Het is niet zo dat een onderzoeksplicht ten aanzien van de stukken zo ver gaat, dat de verhuurder bedacht moet zijn op valse informatie.
Kies een antwoord.