Quiz 3 september 2026
Uitslag
Vraag 1/3
Na het overlijden van haar moeder blijft de 22 jarige Rosalie achter in de sociale huurwoning waarin zij samen met haar moeder woonde. Rosalie heeft een broertje, Olivier (19 jaar), die eveneens in de woning woont. Beide kinderen staan ingeschreven op het adres in de Basisregistratie Personen.
Op grond van de Wet huurbescherming weeskinderen (in werking sinds 1 januari 2024) mogen jongvolwassen wezen tussen de 16 en 27 jaar de huur van hun overleden ouder voortzetten.
Tot welke leeftijd mag Olivier de huurovereenkomst voortzetten op grond van de Wet huurbescherming Weeskinderen?
Op grond van de Wet huurbescherming weeskinderen (in werking sinds 1 januari 2024) mogen jongvolwassen wezen tussen de 16 en 27 jaar de huur van hun overleden ouder voortzetten.
Tot welke leeftijd mag Olivier de huurovereenkomst voortzetten op grond van de Wet huurbescherming Weeskinderen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
De Wet huurbescherming Weeskinderen is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet bepaalt dat jongvolwassen wezen de huurovereenkomst van hun overleden ouder mogen voortzetten totdat de oudste inwonende wees 28 jaar is geworden.
In het voorbeeld waarin Rosalie de oudste is, eindigt de huurbescherming zodra zij 28 jaar wordt. Op dat moment is Olivier 25 jaar. Beiden moeten de woning dan verlaten, mits zij kunnen beschikken over passende alternatieve woonruimte. Deze regeling volgt uit artikel 7:274 lid 1 sub i BW.
Woningcorporaties zijn verplicht de jongvolwassene kort na het overlijden van de ouder te informeren over de toekomstige woonsituatie. Dit moet gebeuren via een aangetekende brief. De huurovereenkomst wordt formeel voortgezet tot en met het 27e levensjaar, waarna deze eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 28 jaar. Zoals aangegeven moet de corporatie daarbij meekijken naar passende alternatieve huisvesting.
In het voorbeeld waarin Rosalie de oudste is, eindigt de huurbescherming zodra zij 28 jaar wordt. Op dat moment is Olivier 25 jaar. Beiden moeten de woning dan verlaten, mits zij kunnen beschikken over passende alternatieve woonruimte. Deze regeling volgt uit artikel 7:274 lid 1 sub i BW.
Woningcorporaties zijn verplicht de jongvolwassene kort na het overlijden van de ouder te informeren over de toekomstige woonsituatie. Dit moet gebeuren via een aangetekende brief. De huurovereenkomst wordt formeel voortgezet tot en met het 27e levensjaar, waarna deze eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 28 jaar. Zoals aangegeven moet de corporatie daarbij meekijken naar passende alternatieve huisvesting.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Mag een verhuurder de glasbewassing van ramen die voor de huurder niet bereikbaar zijn doorberekenen in de servicekosten?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Nee. In de rechtspraak werd tot nu toe verschillend geoordeeld over deze vraag, maar de wetgever heeft deze onduidelijkheid weggenomen.
In Staatsblad 2026/70* is vastgelegd: "Niet bereikbare onderdelen zijn volledig voor rekening van de verhuurder. De mogelijkheid dat niet bereikbare onderdelen door de verhuurder «bereikbaar worden gemaakt», door bijvoorbeeld het huren van een steiger of een kraan, en daarmee de kosten alsnog deels bij de huurder in rekening worden gebracht, wordt door de regering niet gevolgd noch wenselijk gevonden.”
Dit is dus uitgesloten.
* Staatsblad 2026/70: zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2023-487.html
In Staatsblad 2026/70* is vastgelegd: "Niet bereikbare onderdelen zijn volledig voor rekening van de verhuurder. De mogelijkheid dat niet bereikbare onderdelen door de verhuurder «bereikbaar worden gemaakt», door bijvoorbeeld het huren van een steiger of een kraan, en daarmee de kosten alsnog deels bij de huurder in rekening worden gebracht, wordt door de regering niet gevolgd noch wenselijk gevonden.”
Dit is dus uitgesloten.
* Staatsblad 2026/70: zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2023-487.html
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Woningcorporatie Groenland sluit op 1 juli 2026 een huurovereenkomst met Emma. De afrekening van Emma voor de servicekosten sturen zij op 1 januari 2027.
Moeten zij voor de servicekostenafrekening gebruik maken van de nieuwe Wet modernisering servicekosten?
Moeten zij voor de servicekostenafrekening gebruik maken van de nieuwe Wet modernisering servicekosten?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Per 1 januari 2027 treedt de Wet modernisering servicekosten in werking. Deze wet heeft tot doel meer duidelijkheid te verschaffen over wat onder servicekosten wordt verstaan. Zij bepaalt uitdrukkelijk welke kosten aan huurders als servicekosten mogen worden doorberekend. Alleen de zaken en diensten die zijn opgenomen in het Besluit servicekosten mogen als servicekosten worden aangemerkt. Daarnaast bevestigt de wet dat servicekosten moeten bestaan uit een redelijke vergoeding voor de daadwerkelijk geleverde diensten.
Sluiten verhuurder en huurder op of na 1 januari 2027 een huurovereenkomst, dan zijn op die overeenkomst de Wet modernisering servicekosten, het onderliggende Besluit (met limitatieve lijst) en de Regeling Servicekosten van toepassing.
Sluiten verhuurder en huurder op of na 1 januari 2027 een huurovereenkomst, dan zijn op die overeenkomst de Wet modernisering servicekosten, het onderliggende Besluit (met limitatieve lijst) en de Regeling Servicekosten van toepassing.
Kies een antwoord.