Quiz 13 november 2025
Uitslag
Vraag 1/3
Ali heeft na jaren sparen eindelijk zijn droomauto kunnen kopen. Om de auto goed te beschermen, wil hij een carport op zijn oprit plaatsen. De gemeente heeft hiervoor een vergunning verleend, waarna Ali de carport direct laat aanbrengen. Pas daarna ontdekt hij dat hij hiervoor volgens de huurovereenkomst óók toestemming van zijn verhuurder had moeten vragen, omdat het gaat om een Zelf Aangebrachte Voorziening (ZAV) aan de buitenzijde.
Op 25 augustus 2025 dient Ali alsnog een aanvraag in bij zijn verhuurder. Twee dagen later ontvangt hij een afwijzing: de verhuurder is niet akkoord, omdat de carport het aangezicht en de staat van het gehuurde ingrijpend verandert.
Ali legt zich hier niet bij neer en besluit naar de rechter te stappen.
Welke standpunt is juist?
Op 25 augustus 2025 dient Ali alsnog een aanvraag in bij zijn verhuurder. Twee dagen later ontvangt hij een afwijzing: de verhuurder is niet akkoord, omdat de carport het aangezicht en de staat van het gehuurde ingrijpend verandert.
Ali legt zich hier niet bij neer en besluit naar de rechter te stappen.
Welke standpunt is juist?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Een huurder die iets aan de woning wil veranderen, moet daarvoor eerst toestemming vragen aan de verhuurder. Weigert de verhuurder of reageert hij niet, dan kan de huurder de rechter inschakelen. De rechter kan de huurder dan alsnog een machtiging verlenen om de voorziening aan te brengen.
Voorwaarde voor zo’n machtiging is dat de huurder vóór de uitvoering van de ZAV toestemming heeft gevraagd en deze is geweigerd of uitgebleven (Hof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1067).
Wordt een machtiging pas ná plaatsing gevraagd, dan moet de rechter de vordering niet-ontvankelijk verklaren (Hof ’s-Hertogenbosch 15 januari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8628; Rb. Den Haag 17 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12725).
In Ali’s geval vroeg hij pas toestemming aan de verhuurder nadat de carport al was gebouwd. Daarom zal de rechter de zaak niet inhoudelijk behandelen (niet-ontvankelijk verklaren) en kan de verhuurder Ali dwingen om de carport te verwijderen.
Voorwaarde voor zo’n machtiging is dat de huurder vóór de uitvoering van de ZAV toestemming heeft gevraagd en deze is geweigerd of uitgebleven (Hof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1067).
Wordt een machtiging pas ná plaatsing gevraagd, dan moet de rechter de vordering niet-ontvankelijk verklaren (Hof ’s-Hertogenbosch 15 januari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8628; Rb. Den Haag 17 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12725).
In Ali’s geval vroeg hij pas toestemming aan de verhuurder nadat de carport al was gebouwd. Daarom zal de rechter de zaak niet inhoudelijk behandelen (niet-ontvankelijk verklaren) en kan de verhuurder Ali dwingen om de carport te verwijderen.
Kies een antwoord.
Vraag 2/3
Ivo overlijdt op 25 november 2025. Zijn partner Thomas heeft 15 jaar met hem samengewoond, maar staat niet vermeld op de huurovereenkomst. Zij waren niet getrouwd en hadden ook geen geregistreerd partnerschap. Thomas wil graag in de woning blijven wonen en de huurovereenkomst van Ivo voortzetten.
Binnen welke termijn moet Thomas de voortzetting van de huurovereenkomst bij de rechter vorderen?
Binnen welke termijn moet Thomas de voortzetting van de huurovereenkomst bij de rechter vorderen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Het verzoek om de huur voort te zetten moet binnen zes maanden na het overlijden van de hoofdhuurder bij de rechter worden ingediend. Dit staat in artikel 7:268 lid 2 BW. Deze termijn is strikt: als het verzoek te laat wordt ingediend, vervalt het recht om de huur over te nemen en moet de samenwoner de woning verlaten. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan een rechter een te laat verzoek alsnog behandelen, maar dat gebeurt bijna nooit.
NB: Als het verzoek wel tijdig is ingediend, mag de huurder in de woning blijven wonen totdat de rechter een definitieve beslissing heeft genomen. De rechter toetst vervolgens of aan een viertal voorwaarden van artikel 7:268 lid 2 en 3 BW is voldaan:
1) De samenwoner heeft zijn hoofdverblijf in de gehuurde woning;
2) De samenwoner voerde met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding;
3) De samenwoner is financieel in staat om de huurprijs te betalen;
4) Er is een huisvestigingsvergunning afgegeven voor de woning (indien vereist).
Wordt het verzoek van de samenwoner door de kantonrechter afgewezen, maar gaat de samenwoner in hoger beroep, dan mag hij tijdens de hogerberoepsprocedure nog steeds in de woning blijven. Pas wanneer er een onherroepelijke afwijzing is, vervalt dit recht. De verhuurder kan daarna overgaan tot ontruiming van de woning.
NB: Als het verzoek wel tijdig is ingediend, mag de huurder in de woning blijven wonen totdat de rechter een definitieve beslissing heeft genomen. De rechter toetst vervolgens of aan een viertal voorwaarden van artikel 7:268 lid 2 en 3 BW is voldaan:
1) De samenwoner heeft zijn hoofdverblijf in de gehuurde woning;
2) De samenwoner voerde met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding;
3) De samenwoner is financieel in staat om de huurprijs te betalen;
4) Er is een huisvestigingsvergunning afgegeven voor de woning (indien vereist).
Wordt het verzoek van de samenwoner door de kantonrechter afgewezen, maar gaat de samenwoner in hoger beroep, dan mag hij tijdens de hogerberoepsprocedure nog steeds in de woning blijven. Pas wanneer er een onherroepelijke afwijzing is, vervalt dit recht. De verhuurder kan daarna overgaan tot ontruiming van de woning.
Kies een antwoord.
Vraag 3/3
Peter heeft zijn verhuurder meerdere keren verzocht om de kapotte c.v.-ketel te repareren, omdat hij daardoor geen warm water heeft. De verhuurder reageert niet. Peter stuurt de verhuurder vervolgens een e-mail waarin hij de verhuurder nog een laatste kans geeft om binnen drie dagen te melden wanneer de ketel wordt hersteld, omdat de situatie niet langer kan wachten.
Uiteindelijk wordt er een afspraak gemaakt met de vaste installateur van de verhuurder om de ketel te controleren. Op de afgesproken dag (drie dagen na het telefoongesprek) verschijnt de installateur echter niet.
Daarop besluit Peter zelf een installateur in te schakelen, die vaststelt dat een thermostaatkraan vervangen moet worden. De kosten van €250,- die Peter aan de installateur betaalt, trekt hij vervolgens af van zijn volgende huurbetaling.
De vraag: Mag Peter dit op deze manier doen?
Uiteindelijk wordt er een afspraak gemaakt met de vaste installateur van de verhuurder om de ketel te controleren. Op de afgesproken dag (drie dagen na het telefoongesprek) verschijnt de installateur echter niet.
Daarop besluit Peter zelf een installateur in te schakelen, die vaststelt dat een thermostaatkraan vervangen moet worden. De kosten van €250,- die Peter aan de installateur betaalt, trekt hij vervolgens af van zijn volgende huurbetaling.
De vraag: Mag Peter dit op deze manier doen?
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Uw antwoord was goed!
Uw antwoord was fout.
Het juiste antwoord was:
Toelichting
Voordat de huurder zélf kan herstellen, dient de verhuurder in ‘verzuim’ te zijn (artikel 6:81 BW). In de regel is daarvoor een ingebrekestelling nodig (artikel 6:82 BW): de huurder dient de verhuurder nog een (laatste) termijn te geven waarin deze het herstel van de gebreken nog zelf ter hand kan nemen.
Laat de verhuurder deze termijn onbenut, mag de huurder dit zelf (laten) verhelpen en de kosten bij de verhuurder in rekening brengen. Dit kan ook door de kosten in mindering te brengen op de huurprijs (art. 7:206 lid 3 BW).
Het is verstandig dat de huurder kan aantonen dat de klacht daadwerkelijk bij de verhuurder is ingediend. Anders kan de verhuurder stellen dat hij de klacht nooit heeft ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld door een aangetekende brief of een mail met het verzoek tot herstel te sturen, al is dit niet verplicht.
Het moet gaan om een serieus gebrek dat voor rekening van de verhuurder komt. Kleine reparaties vallen hier meestal niet onder, maar het vervangen van een onderdeel van de c.v.-ketel doorgaans wel.
Laat de verhuurder deze termijn onbenut, mag de huurder dit zelf (laten) verhelpen en de kosten bij de verhuurder in rekening brengen. Dit kan ook door de kosten in mindering te brengen op de huurprijs (art. 7:206 lid 3 BW).
Het is verstandig dat de huurder kan aantonen dat de klacht daadwerkelijk bij de verhuurder is ingediend. Anders kan de verhuurder stellen dat hij de klacht nooit heeft ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld door een aangetekende brief of een mail met het verzoek tot herstel te sturen, al is dit niet verplicht.
Het moet gaan om een serieus gebrek dat voor rekening van de verhuurder komt. Kleine reparaties vallen hier meestal niet onder, maar het vervangen van een onderdeel van de c.v.-ketel doorgaans wel.
Kies een antwoord.